Direct advies
Alles wat je moet weten over proceskosten in het familie- en erfrecht

Mr. K.C.G. WIJERS

Familie- en erfrecht
Actueel Gepubliceerd op 09 september, 2025

Alles wat je moet weten over proceskosten in het familie- en erfrecht

Ik krijg van cliënten regelmatig de vraag of het mogelijk is om de rechter te verzoeken de wederpartij te veroordelen in de proceskosten. De kosten van een procedure kunnen aanzienlijk zijn. In het familie- en erfrecht geldt een uitzondering op de hoofdregel. In deze blog leg ik uit hoe het zit met de proceskosten in het familie- en erfrecht.

Direct advies

Hoofdregel proceskostenveroordeling

In het civiele recht geldt de hoofdregel dat de ‘verliezende’ partij de proceskosten draagt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv)). De partij die (grotendeels) ongelijk krijgt, is gehouden zowel haar eigen proceskosten als de kosten van de wederpartij te dragen. De vergoeding van de kosten van de wederpartij stelt de rechter vast op basis van het liquidatietarief. Dit zal ik hieronder nog verder uitleggen.

Proceskostenveroordeling het familie- en erfrecht

Voor familie- en erfrechtprocedures geldt echter een uitzondering op de hoofdregel. Artikel 237 Rv bepaalt dat de proceskostenkosten in bepaalde gevallen mogen worden gecompenseerd. Bijvoorbeeld in procedures tussen echtgenoten, partners, levensgezellen of naaste familieleden. Compensatie van de proceskosten houdt dat in dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hieronder vallen zowel de kosten voor juridische bijstand (zoals advocaatkosten) als de kosten van de gerechtelijke procedure, zoals het griffierecht.

In het familie- en erfrecht is een kostenveroordeling niet gebruikelijk. Familie- en erfrechtprocedures bevatten namelijk vaak niet alleen juridische of zakelijke aspecten, maar ook sterke emotionele factoren. Daarom beschouwen rechters een kostenveroordeling in dit soort procedures in de meeste gevallen als ongewenst.

Uitzondering op de uitzondering

Toch bestaan er ook uitzonderingen, waarin de rechter een proceskostenveroordeling in uitzonderlijke gevallen wél redelijk vindt. Maar rechters gaan hiertoe vaak niet uit zichzelf over. Het is dus verstandig een verzoek tot een proceskostenveroordeling in het familie- en erfrecht goed te motiveren, en duidelijk te maken waarom het in het betreffende geval onredelijk is als beide partijen hun eigen proceskosten betalen.

​Uit de rechtspraak zijn vier situaties te herleiden waarin een familierechter kan besluiten een van de partijen te veroordelen in de proceskosten. Deze situaties zijn:

  1. het nodeloos voeren van een procedure;
  2. er is sprake van misbruik van het procesrecht;
  3. de proceshouding van een partij rechtvaardigt een proceskostenveroordeling;
  4. de vordering/het verzoek is onvoldoende onderbouwd.

Bovenstaande situaties zal ik hieronder toelichten met een aantal voorbeelden.

Ad 1. Nodeloos procederen

Van nodeloos procederen is sprake als iemand een procedure start of voortzet terwijl eigenlijk van te voren al duidelijk is dat de procedure zinloos of kansloos is. Denk bijvoorbeeld aan: onnodig in hoger beroep gaan, een echtscheidingsprocedure vertragen, een schorsingsverzoek indienen zonder een verandering aan de zorgregeling of beroep instellen tegen een tussenvonnis.

Voorbeelden uit de praktijk

In deze zaak ging de man in hoger beroep tegen de inschrijving van de echtscheiding vanwege de verplichting tot het betalen van partneralimentatie. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat het hoger beroep van de man er niet toe kon leiden dat het hof de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de echtscheiding ongedaan kon maken. Het hof verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dat betrekking had op de uitgesproken echtscheiding. Het hof vond dat de man de procedure ten aanzien van de echtscheiding nodeloos had voortgezet. De man werd veroordeeld in de kosten van de procedure ten aanzien van de echtscheiding, met toepassing van het liquidatietarief.

Een ander voorbeeld is het starten van een voorlopige voorzieningenprocedure terwijl er al een stabiele situatie bestaat. Een voorlopige voorziening is bedoeld als tijdelijke noodmaatregel bij een acute situatie. In deze zaak, waar de rechtbank Limburg over oordeelde, was daar geen sprake van. De partijen in deze zaak waren al jaren uit elkaar. De vrouw woonde in de voormalige echtelijke woning, de zoon woonde bij haar en de man betaalde grotendeels de kosten van haar en de kinderen. Toch startte de vrouw een procedure voor voorlopige voorzieningen over het uitsluitend gebruik van de woning, kinder- en partneralimentatie en het toevertrouwd krijgen van het kind. Dit terwijl er eigenlijk geen conflictsituatie was. De huidige situatie was al bijna 3,5 jaar zo. Zij had feitelijk de (voormalige) echtelijke woning exclusief gebruikt. De man respecteerde dit en betrad de woning niet ongevraagd. De minderjarige woonde al die tijd bij haar en de man betaalde sinds 2015 het overgrote deel van haar kosten én droeg de kosten van beide kinderen. De rechtbank vond dat in dit geval sprake was van nodeloos procederen. Daarom moest de vrouw de kosten van de procedure dragen.

​Ad 2. Misbruik van het procesrecht

​Een andere reden waarom de rechter een partij soms veroordeelt tot het betalen van proceskosten, is omdat die partij misbruik maakt van zijn procesrecht. Dit gebeurt niet vaak, want meestal kwalificeert de rechter dergelijk ongebruikelijk gedrag als ‘nodeloos procederen’. Maar als iemand bijvoorbeeld meermaals naar de rechter stapt zonder nieuwe feiten aan te dragen, beschouwt de rechter dat als misbruik. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin iemand steeds opnieuw dezelfde beschuldigingen herhaalt, of een procedure start met een heel ander doel dan het oplossen van het geschil. Bijvoorbeeld om druk te zetten of een persoonlijk voordeel te behalen.

Een voorbeeld is een zaak van het Gerechtshof Den Haag. In die zaak was sprake van een geschil over de zorgregeling tussen een ouder en de kinderen, waarbij de vader niet inging op alle aantoonbare inspanningen die door de moeder waren verricht om uitvoering te doen geven aan de vastgestelde omgangsregeling. Volgens het hof was de verblijfsrechtelijke status van de vader in sterke mate bepalend voor het inleidende verzoek van de vader. Het hof had uit de ingediende correspondentie afgeleid dat de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) het voornemen had geuit om de verblijfsvergunning van de vader en zijn huidige echtgenote in te trekken om reden dat de vader geen omgang meer had met de minderjarige. Vader heeft de moeder enkel en alleen in de procedure betrokken om zijn verblijfsrechtelijke status veilig te stellen. Hierin zag het hof aanleiding om de man in de kosten van de procedure in hoger beroep te veroordelen.

​Ad 3. Proceshouding

Daarnaast kan de proceshouding van een van de partijen een reden zijn voor een proceskostenveroordeling. Zo leverde bijvoorbeeld een onwillige houding een vader een proceskostenveroordeling op. Hij had namelijk niet gereageerd op de vraag van de moeder om toestemming te geven voor een vakantie met de kinderen naar Frankrijk. Zelfs niet na een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (jeugdbescherming. Terwijl de vakantie was gepland conform een eerder bepaalde verdeling van de vakantieperiode (Rechtbank Noord-Holland 7 augustus 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7014).

​Ad 4. Onvoldoende onderbouwing

Tot slot kan de rechter besluiten om iemand in de proceskosten te veroordelen wegens een onvoldoende onderbouwd verzoek. Het komt vaak voor dat verzoeken onvoldoende zijn onderbouwd. Dit zie je bijvoorbeeld in alimentatiezaken, waar vaak te weinig financiële informatie wordt aangeleverd door één van partijen om een juiste beslissing te kunnen nemen. Dit was het geval in een zaak bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In die zaak gaf de vrouw onvoldoende inzicht in haar inkomenssituatie. Er bestond onduidelijkheid over de cijfers van haar onderneming. Daarnaast werden de uitgaven voor levensonderhoud niet ondersteund door de ingediende bankafschriften en weken de cijfers verstrekt ten behoeve van de hypotheek af. Het hof zag in bovenstaande aanleiding om de vrouw als de in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de kosten van de procedure in hoger beroep.

In andere gevallen werd door een van partijen onvoldoende aangetoond dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden op grond waarvan de eerder vastgestelde alimentatie zou moeten worden gewijzigd. Of werden er belangrijke gegevens voor de afwikkeling van een echtscheiding niet ingediend, zelfs toen de rechter om die informatie had verzocht.

Ook het te laat of onvolledig aanleveren van stukken kan een rol spelen. Denk aan argumenten die pas op het laatste moment worden ingebracht, onderbouwing die ontbreekt, rommelig geformuleerde stukken of het indienen van producties zo laat dat de andere partij zich niet goed kan voorbereiden. Al deze situaties kunnen ertoe leiden dat de rechter iemand opdraagt de proceskosten te betalen. Niet in al deze gevallen zal een proceskostenvergoeding worden opgelegd. Het is aan de rechtbank om te beoordelen of een proceskostenvergoeding in een dergelijke situatie redelijk is.

Proceskostenveroordeling: voor welke kosten?

Onder proceskosten vallen onder andere de kosten van een advocaat, het griffierecht en soms aanvullende kosten, zoals een deskundigenonderzoek (denk aan een DNA-test in een afstammingszaak) of explootkosten in een kort geding. Bij een proceskostenveroordeling wordt in het algemeen gebruik gemaakt van het liquidatietarief. Veroordeling in de werkelijke proceskosten komt weinig voor.

Het liquidatietarief is een forfaitair systeem dat is bedoeld om de toegang tot de rechter betaalbaar te houden. Bij dit systeem krijgt elke proceshandeling een bepaald aantal punten, afhankelijk van de werkzaamheden van de advocaat en het financiële belang van de zaak. In familiezaken wordt meestal het tweede tarief toegepast. Dat betekent dat een punt in eerste aanleg ongeveer € 543 waard is en in hoger beroep € 1.074. Er geldt ook een maximum. In eerste aanleg kan de vergoeding oplopen tot zes punten en in hoger beroep tot drie punten. Hierdoor blijven de kosten enigszins overzichtelijk.

Conclusie

Hoewel een proceskostenveroordeling in het familie-en erfrecht dus niet de standaard is, kan de rechter in bepaalde zeer uitzonderlijke gevallen toch er toch toe overgaan. Denk hierbij aan onnodig procederen, onvoldoende onderbouwing, een onwillige proceshouding of misbruik van het proceskostenveroordeling. Een proceskostenveroordeling in het familierecht komt in de praktijk echter zelden voor. Bij een verzoek tot kostenveroordeling is het dus van belang dat je zorgt voor een goede motivering en onderbouwing.

V​ragen?

Heb je nog verdere vragen over de proceskostenveroordeling in het familie-en erfrecht? Neem dan gerust contact op. Dit kan op de Dag van de Scheiding op 12 september a.s. Maar ook daarna kan je contact opnemen met mij of mijn collega’s, we helpen je graag.

Direct advies

Neem contact op met Mr. K.C.G. WIJERS

Lees meer goede ideeën