Direct advies
​Te laat is echt te laat: de prijs van het niet-tijdig bezwaar maken

Mr. C.M. RAN

Arbeidsrecht en ondernemingsrecht
Actueel Gepubliceerd op 30 april, 2026

​Te laat is echt te laat: de prijs van het niet-tijdig bezwaar maken

Uw onderneming ontvangt een aanslag vennootschapsbelasting, vermeerderd met belastingrente. U maakt geen bezwaar en betaalt de aanslag. Enkele maanden later volgt een arrest van de Hoge Raad: het toegepaste rentepercentage blijkt onrechtmatig. Dat lijkt op het eerste gezicht goed nieuws. U verwacht de teveel betaalde rente wel te kunnen terugvragen. In de praktijk vangen veel ondernemers echter bot. In deze blog leest u waarom.

Direct advies

Een onrechtmatig rentepercentage: wat zijn de opties?

Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad dat het belastingrentepercentage van 8% voor de vennootschapsbelasting (2022–2023), gebaseerd op artikel 1 sub b Bbi, onverbindend is. Deze regeling belastte vennootschappen zwaarder dan andere belastingplichtigen zonder goede rechtvaardiging. Dat is volgens de Hoge Raad in strijd met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel. Dit betekent dat er in veel gevallen een te hoog belastingrentepercentage is toegepast. Maar kunnen ondernemers de teveel betaalde rente ook terugvragen?

Bezwaar maken

De eerste oplossing is om op tijd in bezwaar te gaan tegen de aanslagen waarin het onrechtmatige rentepercentage is toegepast. De Belastingdienst corrigeert automatisch de aanslagen vennootschapsbelasting van 17 januari 2026 tot en met 7 februari 2026. In die gevallen is het dus niet nodig om in bezwaar te gaan. Bij aanslagen van 5 december 2025 tot en met 16 januari 2026 kunt u nog in bezwaar, zolang de bezwaartermijn nog niet is verstreken.

Maar hoe zit het in de gevallen waarin de bezwaartermijn al is verstreken? Staan er in dat geval nog rechtsmiddelen open?

Verzoek om vermindering

Als u het niet eens bent met de hoogte van de belastingaanslag en de bezwaartermijn is verstreken, kunt u nog wel een verzoek om vermindering indienen. Binnen vijf jaar na het jaar waarop de aanslag betrekking heeft, kunt u de Belastingdienst verzoeken om vermindering. U kunt in dit geval helaas niet de uitspraak van de Hoge Raad als grond voor vermindering aanvoeren. Nieuwe rechtspraak leidt namelijk niet tot aanpassing als uw aanslag al definitief was vóór de uitspraak. Deze route biedt daardoor voor veel aanslagen geen oplossing.

Schadevergoeding in het civiele recht: formele rechtskracht

Is het mogelijk om in deze gevallen wel schadevergoeding te vorderen? Maakt u niet op tijd bezwaar tegen een belastingaanslag of wordt uw bezwaar afgewezen, dan wordt de aanslag definitief. De aanslag heeft in een dergelijk geval ‘formele rechtskracht’. De aanslag wordt dan als rechtmatig gezien, zelfs als later blijkt dat de onderliggende regeling onrechtmatig was. Dit dient onder meer de rechtszekerheid: partijen moeten op enig moment kunnen uitgaan van de rechtmatigheid van een besluit.

Dit betekent dat ook een vordering tot schadevergoeding bij de civiele rechter over het algemeen niet zal slagen. Het besluit van het bestuursorgaan wordt namelijk als rechtmatig aangemerkt, omdat er niet tijdig bezwaar is gemaakt.

Zijn er nog andere opties?

Het leerstuk van formele rechtskracht kent uitzonderingen, maar in de praktijk worden die zelden aangenomen. Een uitzondering is bijvoorbeeld wanneer de belastingplichtige geen bezwaar kon maken, zonder dat dit hem te verwijten valt. Daarnaast geldt een uitzondering op de formele rechtskracht indien het bestuursorgaan de onrechtmatigheid erkent.

In dit geval bieden die uitzonderingen waarschijnlijk geen oplossing. Ten eerste omdat het telkens wel mogelijk was voor de belastingplichtigen om (op tijd) in bezwaar te gaan. Ten tweede omdat de onrechtmatigheid van het belastingrentepercentage pas werd erkend nadat de aanslagen al vaststonden. De Hoge Raad heeft in een vergelijkbare zaak geoordeeld dat de erkenning van de onrechtmatigheid niet de formele rechtskracht doorbreekt indien het besluit al vaststond.

En nadeelcompensatie dan?

Sinds 1 januari 2024 is er in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een regeling voor nadeelcompensatie opgenomen. Hieruit volgt dat in een aantal gevallen de door de burger of ondernemer geleden schade kan worden vergoed, ook als het bestuursorgaan rechtmatig heeft gehandeld. Voor besluiten van vóór de inwerkingtreding van de regeling voor nadeelcompensatie blijft het oude recht gelden.

Op het eerste gezicht lijkt nadeelcompensatie een oplossing, omdat het van een rechtmatig besluit uitgaat en de formele rechtskracht dus geen belemmering vormt.

Voor belastingzaken biedt deze regeling echter pas vanaf 2029 mogelijk een oplossing. Op grond van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) is de regeling namelijk pas vijf jaar na inwerkingtreding van toepassing op schade veroorzaakt door de Belastingdienst. Bovendien wijst het bestuursorgaan een verzoek om nadeelcompensatie af als er meer dan vijf jaar is verstreken sinds de benadeelde bekend is met de schade en degene die de schade heeft veroorzaakt. Voor veel aanslagen biedt dit dus geen (tijdige) oplossing.

Tot slot

Veel belastingplichtigen zullen in deze situatie geen aanspraak meer kunnen maken op herstel, ondanks dat de Hoge Raad heeft vastgesteld dat de gehanteerde belastingrentepercentages in strijd zijn met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel. Het voorgaande onderstreept het belang van het tijdig aanwenden van rechtsmiddelen, met name in situaties waarin de rechtsontwikkeling nog gaande is.

Direct advies

Neem contact op met Mr. C.M. RAN

Lees meer goede ideeën