Direct advies
Niet betaald? Zo bescherm je jezelf als transporteur of warehouse

Mr. E.R. LOOIJEN

Ondernemingsrecht
Actueel Gepubliceerd op 20 april, 2026

Niet betaald? Zo bescherm je jezelf als transporteur of warehouse

Als transporteur of warehousebedrijf ben je dagelijks bezig met het vervoeren en opslaan van andermans goederen. Dat brengt een unieke positie met zich mee: je hebt spullen van je klant onder je hoede, en dat geeft je meer macht dan je misschien denkt. In deze blog leggen we uit welke rechten je hebt als je klant niet betaalt, hoe je je positie vooraf kunt versterken, en wat je moet doen als je klant failliet gaat.

Direct advies

​Je sterkste troef: de goederen niet afgeven (retentierecht)

Stel, je hebt een lading vervoerd of goederen opgeslagen, maar je klant betaalt de factuur niet. Dan heb je het recht om de goederen onder je te houden totdat er betaald is. Dit heet het retentierecht en is wettelijk geregeld. Zolang jij de goederen feitelijk onder je hebt en er een openstaande rekening is die samenhangt met die goederen, mag je weigeren om af te leveren.

Voor vervoerders is dit zelfs nog specifieker in de wet vastgelegd: je mag de afgifte weigeren voor alles wat de ontvanger je verschuldigd is voor het vervoer van die specifieke zaken. Pas als het onbetwiste deel is betaald en voor het betwiste deel zekerheid is gesteld (bijvoorbeeld een bankgarantie), vervalt dit recht.

Er is wel een belangrijke voorwaarde: je moet de goederen op een normale, rechtmatige manier onder je hebben gekregen. Je kunt niet zelf goederen gaan ophalen bij je klant om vervolgens te zeggen dat je een retentierecht hebt. Dat is eigenrichting en daar kom je niet mee weg.

Waarom dit recht zo krachtig is

Het bijzondere aan het retentierecht is dat het niet alleen werkt tegen je directe klant, maar ook tegen anderen die aanspraak maken op de goederen. Denk aan een bank die pandrecht heeft op de voorraad van je klant, of aan een leverancier die een eigendomsvoorbehoud heeft. In veel gevallen gaat jouw retentierecht vóór op die oudere rechten, mits je er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat je klant bevoegd was om de vervoer- of opslagovereenkomst met je aan te gaan. Bij normaal transport en reguliere opslag is dat vrijwel altijd het geval.

Bovendien heb je als retentor een voorrangsrecht: als de goederen uiteindelijk worden verkocht, word jij als eerste uit de opbrengst betaald – vóór bijna alle andere schuldeisers.

Opschorten van je diensten

Los van het vasthouden van goederen kun je ook je lopende dienstverlening opschorten. Als je klant structureel te laat betaalt, hoef je niet gewoon door te blijven rijden of opslaan. Je mag je eigen verplichtingen ‘pauzeren’ totdat je klant betaalt. Dat geldt zeker als het gaat om een klant waarmee je doorlopend zaken doet.

Ontbinden en schadevergoeding eisen

Als je klant structureel niet betaalt, kun je uiteindelijk de overeenkomst ontbinden. Elke tekortkoming geeft je in beginsel het recht om de overeenkomst te beëindigen, tenzij het om iets heel kleins gaat. Na ontbinding kun je ook schadevergoeding vorderen voor de schade die je hebt geleden. Denk aan gederfde inkomsten, extra kosten die je hebt moeten maken, of opslagkosten die zijn opgelopen.

Vooraf je positie versterken: vraag om zekerheden

Voorkomen is beter dan genezen. Je kunt bij het aangaan van de relatie met een nieuwe klant – of bij het verlengen van een bestaand contract – aanvullende zekerheden bedingen, zoals.

Pandrecht

Je kunt afspreken dat je een pandrecht krijgt op de goederen die je onder je hebt. Dit is een formeel zekerheidsrecht dat je een extra sterke positie geeft, bovenop je retentierecht. Het verschil met het retentierecht is dat een pandrecht ook kan doorwerken als de goederen niet meer bij jou liggen.

Borgtocht

Je kunt vragen dat een derde – bijvoorbeeld de moedermaatschappij of de directeur-grootaandeelhouder van je klant – zich garant stelt voor de betaling. Als je klant dan niet betaalt, kun je de borg aanspreken. Dit is vooral waardevol als je klant een relatief kleine werkmaatschappij is binnen een groter concern.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Als je met meerdere partijen te maken hebt (bijvoorbeeld een opdrachtgever en een feitelijke afnemer), kun je overeenkomen dat zij allebei hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dat betekent dat je ieder van hen voor het volledige bedrag kunt aanspreken.

Bankgarantie

Een veelgebruikt alternatief is een bankgarantie: de bank van je klant garandeert dan dat jij betaald wordt, ook als je klant zelf niet kan betalen. Dit is een van de sterkste vormen van zekerheid, omdat je niet afhankelijk bent van de financiële gezondheid van je klant.

Slim contracteren

Het is verstandig om in je algemene voorwaarden of raamovereenkomst duidelijke bepalingen op te nemen over wat er gebeurt als je klant in financiële problemen komt. Denk aan:

  • Het recht om de overeenkomst per direct op te zeggen als je klant failliet wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt, of als er beslag wordt gelegd op zijn goederen.
  • Een bepaling dat alle openstaande facturen direct opeisbaar worden bij (dreigend) faillissement, ook als de betaaltermijn nog niet is verstreken.
  • Een ruim geformuleerd retentierecht dat ook geldt voor vorderingen uit eerdere opdrachten. Wettelijk gezien moet er ‘voldoende samenhang’ zijn tussen je vordering en de goederen die je vasthoudt. Door dit contractueel te verbreden, versterk je je positie.
  • Een ruime verrekeningsbevoegdheid, zodat je openstaande vorderingen kunt verrekenen met bedragen die je zelf nog aan je klant verschuldigd bent.

Let op de grenzen

Er is één belangrijke beperking waar je rekening mee moet houden. Je mag geen clausule opnemen die ertoe leidt dat je klant puur en alleen door het faillissement een recht verliest op een prestatie waarvoor hij al heeft betaald of geleverd. De Hoge Raad heeft bepaald dat zo'n beding nietig kan zijn. Het gaat erom dat je clausule redelijk en evenwichtig is. Als je klant al volledig heeft geleverd of betaald voor een dienst, kun je die dienst niet zomaar intrekken enkel omdat hij failliet gaat.

Zolang je clausule gericht is op bescherming tegen toekomstige risico's – en niet op het afpakken van al verdiende rechten – zit je in de regel veilig.

Als je klant failliet gaat en jij hebt goederen van je klant

Dit is de situatie waar al het bovenstaande samenkomt. Je klant gaat failliet en jij hebt goederen in je magazijn of op je vrachtwagen staan. Het goede nieuws: je retentierecht blijft gewoon in stand. Het faillissement verandert daar niets aan.

De curator kan wel besluiten om de goederen bij je op te eisen om ze zelf te verkopen. Daar kun je je in principe niet tegen verzetten. Maar het belangrijke is: ook als de curator de goederen opeist, behoud je je voorrangsrecht op de opbrengst. Je wordt dan als eerste uit de verkoopopbrengst betaald, vóór de ‘gewone’ schuldeisers.

In de praktijk geeft het retentierecht je een sterke onderhandelingspositie. De curator wil de goederen meestal snel verkopen, en jij zit er bovenop. Dat is een goed moment om te onderhandelen over volledige betaling van je vordering, of in ieder geval een substantieel deel daarvan.

Praktische tips:

  • Meld je retentierecht direct schriftelijk aan de curator zodra je hoort van het faillissement. Wacht hier niet mee.
  • Maak een duidelijk overzicht van welke goederen je onder je hebt en welke vorderingen daartegenover staan.
  • Geef de goederen niet af zonder dat er betaald is of een duidelijke afspraak is gemaakt over je voorrangsrecht.

Als je klant failliet gaat en de curator heeft jouw spullen

De omgekeerde situatie kan ook voorkomen: de curator heeft goederen onder zich die van jou zijn (bijvoorbeeld materieel dat je hebt uitgeleend of vrachtwagens die op het terrein van je failliete klant staan). In dat geval kun je als eigenaar je spullen gewoon opeisen. De curator mag andermans eigendom niet in de boedel trekken.

Let wel op: de rechter kan op verzoek van de curator een ‘afkoelingsperiode’ afkondigen. Gedurende die periode – meestal twee maanden – mag je je rechten tijdelijk niet uitoefenen. Na afloop daarvan kun je je spullen weer ophalen. Als de curator niet meewerkt, kun je dit desnoods via een kort geding afdwingen.

Praktische tips:

  • Zorg dat je altijd kunt aantonen dat de goederen van jou zijn (eigendomsbewijzen, kentekenbewijzen, koopovereenkomsten).
  • Stuur direct na het faillissement een schriftelijk verzoek tot afgifte aan de curator.
  • Stel een redelijke termijn (bijvoorbeeld twee weken) en kondig aan dat je naar de rechter stapt als de curator niet meewerkt.

De overeenkomst met de curator

Na het faillissement van je klant blijft de overeenkomst in principe gewoon bestaan. De curator kan er echter voor kiezen om de overeenkomst niet na te komen (’niet gestand te doen’). Je kunt de curator hiertoe dwingen een keuze te maken door hem schriftelijk een redelijke termijn te stellen. Reageert de curator niet, dan verliest hij het recht om nog iets van jou te eisen.

Dit geeft jou de vrijheid om de overeenkomst te ontbinden en eventueel schadevergoeding te vorderen. Die schadevergoeding kun je als concurrent schuldeiser indienen in het faillissement. Niet ideaal, maar het is beter dan in het ongewisse te blijven over de vraag of de curator nog een beroep op de overeenkomst zal doen.

Overigens: als jij vóór het faillissement al diensten hebt verricht waarvoor nog niet is betaald, behoudt de curator het recht om die betaling te vorderen – maar dat geldt ook omgekeerd. Als jij al hebt vervoerd of opgeslagen en je klant nog niet heeft betaald, is dat een vordering die je bij de curator kunt indienen, bij voorkeur met voorrang als je ook een retentierecht of pandrecht hebt.

Lees ook: Opslag: bewaarneming of huur? En wat zijn de verschillen bij faillissement?

Samenvatting: de do's en don'ts

Do's:

  • Maak gebruik van je retentierecht als je klant niet betaalt. Het is je sterkste wapen.
  • Vraag vooraf om zekerheden: borgtochten, bankgaranties, hoofdelijke aansprakelijkheid van de moedermaatschappij.
  • Neem heldere insolventiebepalingen op in je algemene voorwaarden.
  • Meld je retentierecht onmiddellijk en schriftelijk bij de curator als je klant failliet gaat.
  • Stel de curator een termijn om te kiezen of hij de overeenkomst nakomt.

Don'ts:

  • Geef goederen niet af zonder betaling of duidelijke afspraken over zekerheid.
  • Haal niet eigenmachtig goederen op bij je klant om een retentierecht te creëren.
  • Neem geen clausules op die al verdiende rechten van je klant laten vervallen puur door het faillissement.
  • Blijf niet stilzitten als je klant failliet gaat: wie het eerst komt, het eerst maalt.

De transportbranche is een branche van vertrouwen, maar vertrouwen alleen is geen zekerheid. Met de juiste contractuele afspraken en een goed begrip van je wettelijke rechten sta je aanzienlijk sterker – ook als het misgaat.

Direct advies

Neem contact op met Mr. E.R. LOOIJEN

Lees meer goede ideeën