Direct advies
Zzp-wetgeving en schijnzelfstandigheid: wat opdrachtgevers in 2026 moeten weten

Mr. I. DIEPENMAAT

Arbeidsrecht
Actueel Gepubliceerd op 10 juni, 2026

Zzp-wetgeving en schijnzelfstandigheid: wat opdrachtgevers in 2026 moeten weten

Werk je met zzp'ers? Dan heb je te maken met wetgeving die volop in beweging is. De Belastingdienst handhaaft inmiddels weer actief op schijnzelfstandigheid, het rechtsvermoeden van werknemerschap komt eraan en het kabinet werkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor jouw organisatie? In deze blog zet ik de belangrijkste ontwikkelingen op een rij.

Direct advies

Van VBAR naar Zelfstandigenwet, wat verandert er?

De Wet VBAR werd op 7 juli 2025 ingediend en bestond uit twee onderdelen:

  • een verduidelijking van het toetsingskader voor de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst;
  • een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief.

Met name het onderdeel dat het gezagscriterium nader moest invullen, leidde tot veel onrust. Opdrachtgevers werden terughoudender met het inhuren van zelfstandigen, terwijl tegelijkertijd onduidelijk bleef hoe bestaande samenwerkingen zouden worden beoordeeld. Het kabinet heeft daarom op 6 maart 2026 besloten dit deel van het wetsvoorstel te schrappen.

In plaats daarvan wordt gewerkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet, die naar verwachting op zijn vroegst per 1 januari 2028 in werking treedt. Deze wet kiest een andere benadering. Niet het gezagscriterium staat centraal, maar de vraag of iemand daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer werkzaam is.

De beoogde wet kent twee toetsen:

  1. Een zelfstandigentoets, die zich richt op ondernemerschap, zoals een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer, meerdere opdrachtgevers, investeringen in de onderneming en het treffen van voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid.
  2. Een werkrelatietoets, die kijkt naar de feitelijke inrichting van de samenwerking en de mate van zelfstandigheid daarin.

Het kabinet onderzoekt daarnaast de mogelijkheid van sectorale rechtsvermoedens voor specifieke sectoren. Dit betreft echter een afzonderlijk beleidsvoornemen en maakt geen onderdeel uit van de Zelfstandigenwet zelf.

Totdat de Zelfstandigenwet in werking treedt, blijft de Belastingdienst handhaven op basis van het huidige recht. Daarbij wordt aangesloten bij de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443).

Wat betekent het rechtsvermoeden werknemerschap in de praktijk?

Terwijl het verduidelijkingsdeel van de VBAR is geschrapt, gaat het rechtsvermoeden van werknemerschap juist wel door. De Tweede Kamer heeft het voorstel op 21 april 2026 aangenomen. Het kabinet gaat uit van een beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2027.

Concreet komt het erop neer dat een werkende wordt vermoed werkzaam te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst wanneer hij of zij een uurtarief van € 38 of lager hanteert (prijspeil 1 januari 2026). Naar verwachting zal dit bedrag bij inwerkingtreding in 2027 ongeveer € 39 bedragen.

De bewijslast verschuift daarmee naar de opdrachtgever. Wanneer een werkende een beroep doet op het rechtsvermoeden, moet de opdrachtgever aantonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Het betreft een weerlegbaar vermoeden. De opdrachtgever kan aantonen dat de samenwerking geen arbeidsovereenkomst is. Zolang de opdrachtgever daarin niet slaagt, gaat de rechter ervan uit dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De werkende kan dan aanspraak maken op de bescherming die daarbij hoort, zoals loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen, ontslagbescherming en een eventuele transitievergoeding.

Cruciaal is dat het rechtsvermoeden uitsluitend door de werkende zelf kan worden ingeroepen. Het UWV en de Belastingdienst kunnen zich niet op het rechtsvermoeden beroepen, zij hanteren hun eigen toetsingskaders. Het rechtsvermoeden heeft uitsluitend civielrechtelijke werking en werkt niet door naar de fiscaliteit of sociale zekerheid.

Het wetsvoorstel geldt direct vanaf het moment dat het in werking treedt. Dat betekent dat het rechtsvermoeden niet alleen van toepassing is op nieuwe samenwerkingen, maar ook op bestaande samenwerkingen die op dat moment al lopen. Er geldt geen overgangsregeling. Opdrachtgevers doen er daarom verstandig aan om ook lopende samenwerkingen met zelfstandigen tegen het licht te houden.

Waarom een lager of hoger tarief niet doorslaggevend is

Het rechtsvermoeden vormt geen harde grens. Ook bij een tarief onder € 38 per uur kan nog steeds sprake zijn van een zelfstandige opdrachtnemer, zolang de arbeidsrelatie voldoet aan de criteria uit de bestaande jurisprudentie.

Andersom geldt hetzelfde. Een hoger uurtarief biedt geen automatische bescherming tegen discussies over schijnzelfstandigheid. Ook bij hogere tarieven blijft de volledige beoordeling van de arbeidsrelatie relevant. Dat geldt met name wanneer een zzp'er langdurig binnen de organisatie werkzaam is, onder vaste aansturing werkt of feitelijk onderdeel uitmaakt van reguliere teams.

De kwalificatievraag blijft gebaseerd op artikel 7:610 BW en de criteria die de Hoge Raad heeft ontwikkeld in onder meer het Deliveroo-arrest en het Uber-arrest (HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319).

In het Uber-arrest heeft de Hoge Raad verduidelijkt dat ook extern ondernemerschap mag worden meegewogen bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Daarmee wordt bedoeld het ondernemerschap van de zzp'er buiten de specifieke samenwerking met de opdrachtgever. Factoren zoals het aantal opdrachtgevers, acquisitieactiviteiten, investeringen in de eigen onderneming en de fiscale positie van de zzp'er kunnen daarom meewegen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie en het weerleggen van het rechtsvermoeden.

Hoe zit het met de handhaving door de Belastingdienst?

Het kabinet heeft ervoor gekozen de zogenoemde zachte landing ook in 2026 voort te zetten. Dat betekent dat de Belastingdienst in beginsel geen vergrijpboetes oplegt bij schijnzelfstandigheid, behalve in gevallen van kwaadwillendheid of ernstige nalatigheid.

Als de Belastingdienst concludeert dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst in plaats van een overeenkomst van opdracht, kunnen alsnog met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 naheffingen voor loonheffingen en premies worden opgelegd. Vanaf 2027 vervalt de zachte landing. In dat geval kunnen naast naheffingen ook boetes worden opgelegd.

Wat zijn de arbeidsrechtelijke risico's bij schijnzelfstandigheid?

Naast fiscale risico's kunnen ook de arbeidsrechtelijke gevolgen aanzienlijk zijn. Wanneer achteraf wordt vastgesteld dat een samenwerking met een zzp'er feitelijk een arbeidsovereenkomst was, kan de betreffende persoon met terugwerkende kracht aanspraak maken op arbeidsrechtelijke bescherming. Denk aan loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen en vakantietoeslag, ontslagbescherming en een eventuele transitievergoeding.

Bij langdurige samenwerkingen kunnen deze aanspraken aanzienlijk oplopen. In sectoren waar een verplichte cao geldt, kan herkwalificatie bovendien betekenen dat alsnog cao-loon en pensioenpremies moeten worden betaald.

Wat kun je als opdrachtgever nu doen?

Voor opdrachtgevers is dit een goed moment om bestaande zzp-relaties kritisch te beoordelen. Daarbij gaat het niet alleen om wat er op papier staat, maar vooral om de dagelijkse praktijk. De wijze waarop een samenwerking feitelijk is ingericht, bepaalt uiteindelijk of sprake is van een zelfstandige opdrachtrelatie of van een arbeidsovereenkomst.

Tot slot

Hoewel de wetgeving nog volop in ontwikkeling is, worden arbeidsrelaties vandaag al beoordeeld. Voor opdrachtgevers is het daarom verstandig om niet te wachten op de Zelfstandigenwet, maar nu al inzicht te krijgen in de risico's binnen bestaande zzp-samenwerkingen.

Het rechtsvermoeden heeft een beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027, de Belastingdienst handhaaft actief en rechters toetsen op basis van de huidige wetgeving en jurisprudentie. Een tijdige beoordeling van bestaande samenwerkingen kan veel discussie en kosten achteraf voorkomen.

Heb je vragen over de inzet van zzp'ers binnen jouw organisatie of wil je laten beoordelen of bestaande samenwerkingen nog aansluiten bij de actuele ontwikkelingen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met je mee.

Direct advies

Neem contact op met Mr. I. DIEPENMAAT

Lees meer goede ideeën