Aanvechten van huwelijkse voorwaarden: Hoe een ondernemer van onredelijke huwelijkse voorwaarden af kwam

MR. H.C.D. BOS

Advocaat familie-en erfrecht
Actueel Gepubliceerd op 17 mei, 2021

Aanvechten van huwelijkse voorwaarden: Hoe een ondernemer van onredelijke huwelijkse voorwaarden af kwam

Steeds vaker word ik voordat mensen gaan trouwen, gevraagd of zij huwelijkse voorwaarden moeten laten opstellen of niet. Ik vermoed dat dit komt omdat het aantal tweede huwelijken toeneemt. Dat is niet raar, er wordt vaker gescheiden en er zijn steeds meer samengestelde gezinnen. En, als je al een vervelende en dure echtscheiding achter de rug hebt, kan ik mij voorstellen dat je een niet een tweede keer in dezelfde valkuilen wilt stappen.

Door huwelijkse voorwaarden op te stellen, stel je eigenlijk spelregels op voor tijdens het huwelijk én na het huwelijk in geval van een scheiding en/of een overlijden. Van belang daarbij is dat huwelijkse voorwaarden alleen bij notariële akte kunnen worden opgesteld. Zelf een overeenkomst opstellen heeft dan ook geen zin.

Deze notariële akte waarbij de huwelijkse voorwaarden zijn vastgelegd levert in een scheidingsprocedure zogenaamd dwingend bewijs op. Dat betekent dat het uitgangspunt in de procedure is dat de huwelijkse voorwaarden worden afgewikkeld op de manier zoals is afgesproken. Als je bijvoorbeeld hebt afgesproken dat alles dat je hebt aangebracht bij het huwelijk niet gemeenschappelijk wordt tijdens het huwelijk, dan blijft dat ook zo bij een scheiding. Dat wat jij destijds al had toen je ging trouwen, blijft bij een scheiding dus van jou. Ook wordt geregeld afgesproken dat er geen gemeenschap van goederen is en dat iedereen zijn eigen bezittingen en schulden behoudt bij het aangaan van het huwelijk, maar dat bij een echtscheiding wordt afgerekend ‘alsof men in gemeenschap van goederen was gehuwd’. Die afspraak wordt een finaal verrekenbeding genoemd. Er wordt geregeld gekozen voor een finaal verrekenbeding als er een onderneming is. Men wil dan tijdens het huwelijk voorkomen dat schuldeisers van de ondernemer ook de andere echtgenoot kunnen aanspreken voor de voldoening van schulden van de onderneming, terwijl men aan het einde van het huwelijk wel de waarde van de onderneming wil verdelen.

Een bijzondere casus 
In een zeer recente uitspraak werd echter afgeweken van de huwelijkse voorwaarden omdat het uitvoeren daarvan bij de scheiding in strijd met de redelijkheid en billijkheid werd geacht. In een bijzondere uitspraak, in een bijzondere casus die ik je graag toelicht.

De man en de vrouw leerden elkaar kennen via een dating site. De man was ondernemer. Ze scheelden 36 jaar in leeftijd. Al na een paar ontmoetingen besloten ze te trouwen. Voor het huwelijk lieten ze huwelijkse voorwaarden opmaken. In die huwelijkse voorwaarden was een zogenaamd finaal verrekenbeding opgenomen, inhoudende dat ze bij scheiding alles dat ze hadden zouden verdelen alsof ze in gemeenschap van goederen waren getrouwd.

Binnen twee jaar na het huwelijk besluit de vrouw dat zij een scheiding wenst. Zij maakt aanspraak op de helft van alles dat de man heeft, inclusief zijn agrarische onderneming die hij in 40 jaar heeft opgebouwd.
De rechtbank beslist, tegen de verwachtingen in, dat het finaal verrekenbeding niet kan worden uitgevoerd. De rechtbank acht dat op grond van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, vanwege een aantal redenen:

  • Het was de vrouw niet te doen om het huwelijk, waaronder het samenleven en kinderen krijgen (wat ze ook niet heeft gedaan), maar om het krijgen van het vermogen en het geld van de man;
  • De vrouw heeft geen bijdrage geleverd in de opbouw van het vermogen van de man dat hij gedurende 40 jaar heeft opgebouwd;
  • Uitvoering geven aan de huwelijkse voorwaarden zou ertoe leiden dat de man zijn bron van bestaan, zijn onderneming, zou moeten verkopen om de helft van de waarde aan de vrouw te kunnen uitkeren.

De rechtbank hechtte veel waarde aan het feit dat de man en vrouw voor hun huwelijk bij een notaris waren geweest. Deze notaris had de medewerking aan het finaal verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden geweigerd nadat de man en de vrouw informatie hadden gegeven over de omvang van hun vermogen. En daarbij was duidelijk geworden dat de man vermogend was en de vrouw niet. De vrouw heeft toen een afspraak gemaakt bij een andere notaris waar zij niets hebben verteld over het vermogen van de man. Deze tweede notaris had wel de akte huwelijkse voorwaarden met het finaal verrekenbeding laten passeren. En dit was ook de notariële akte waarop de vrouw een beroep deed in de echtscheiding.

Conclusie 
Betekent deze uitspraak nu dat huwelijkse voorwaarden een ‘lege huls’ geworden zijn? Nee, dat is zeker niet het geval. Huwelijkse voorwaarden leveren nog steeds dwingend bewijs op. Echter, de overwegingen van de rechtbank, inhoudende dat de vrouw niets had bijgedragen aan de opbouw van het vermogen van de man en dat de man zijn bron van bestaan, zijn onderneming, zou moeten verkopen als hij de vrouw moest uitbetalen, leveren wel degelijk aanknopingspunten op bij een echtscheiding van een ondernemer. Het blijkt dat het beroep op de redelijkheid en billijkheid toch zinvol kan zijn, zeker in het geval dat de ondernemer zelf zijn onderneming heeft opgebouwd. Het heeft dus altijd zin om in een situatie waarin je van mening bent dat de uitvoering van je huwelijkse voorwaarden tot een onredelijke uitslag zouden leiden, te laten toetsen of er mogelijkheden zijn om er vanaf te komen.

Stel onze specialist een vraag!

Lees meer goede ideeën