Bedrijfsongeval? Werkgever en werknemer: Onderneem actie en meld!

MR. H. KORKMAZ

Advocaat aansprakelijkheid, verzekeringen en letselschade
Actueel Gepubliceerd op 02 november, 2023

Bedrijfsongeval? Werkgever en werknemer: Onderneem actie en meld!

Na een bedrijfsongeval met letselschade komt er veel op de werknemer én werkgever af. Werknemers worstelen vaak met de vraag of ze het wel kunnen maken om hun werkgever aansprakelijk te stellen. In deze blog geef ik 8 goede redenen om daar juist niet (langer) mee te wachten.

Juridische hoofdregels bij bedrijfsongevallen: hoe zat het ook alweer? 

De aansprakelijkheid bij een bedrijfsongeval wordt geregeld in artikel 7: 658 BW. Samengevat komt het op het volgende neer:

  1.  Staat vast dat er een bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden, dan is de werkgever aansprakelijk.
  2. Dat is alleen anders in 3 situaties, die dan door de werkgever bewezen moeten worden.
  • De werkgever heeft aan haar zorgplicht voldaan,
  • het ongeval zou ook gebeurd zijn als de werkgever haar zorgplicht was nagekomen of
  • het ongeval is in belangrijke mate aan de opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer te wijten.

Voor werknemers zeer gunstig bewijsregime: aansprakelijkheid, tenzij 

Bij bedrijfsongevallen geldt dus een bewijsregime dat erg gunstig voor werknemers is. De werknemer hoeft alleen aan te tonen dát het ongeval tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden is gebeurd, en dat hij daardoor schade heeft. Schuld van de werkgever aan het bedrijfsongeval hoeft de werknemer niet te bewijzen.

De drie bevrijdende verweren die de werkgever kan voeren 

De werkgever is aansprakelijk, tenzij zij het bewijs kan leveren van één van de drie bevrijdende verweren.

1) Werkgever is zorgplicht nagekomen

Hoe ver gaat die zorgplicht? Heel ver, blijkt uit rechtspraak, maar niet zover dat de werkgever een absolute waarborg voor de veiligheid van haar personeel moet scheppen. Verhelderend is het toetsingskader dat regelmatig in recentere rechtspraak te vinden is:

“Artikel 7:658 BW houdt een ruime zorgplicht in. Niet snel kan worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en dus niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. Artikel 7:658 BW beoogt echter geen absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen gevaar. Welke (veiligheids-)maatregelen van de werkgever mogen worden verlangd en op welke wijze hij de werknemer moet instrueren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.”.

2) Het ongeval zou ook gebeurd zijn als zorgplicht was nagekomen

Bij dit verweer valt bijvoorbeeld te denken aan de situatie dat de werkgever stelt dat de werknemer het veiligheidsmiddel, dat vanwege de zorgplicht ter beschikking gesteld had moeten worden, toch niet had gebruikt. De werkgever redt het daar echter niet mee. Uit het beschermingskarakter van artikel 7: 658 volgt namelijk dat een werkgever er in het algemeen ook adequaat op moet toezien dat veiligheidsinstructies worden nageleefd. Ook dit verweer slaagt daarom niet snel.

3) Het ongeval is aan opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer te wijten 

Een ongeluk zit ook of misschien juíst op de werkvloer in een klein hoekje. Bovendien heeft niemand continu volledige focus. Dit tweede verweer lijkt hier oog voor te hebben en de werkgever soelaas te bieden. Maar is dat zo? Zelden, weten we inmiddels. Zo moet er sprake zijn van een zodanige ernstige vorm van opzet of aan opzet grenzende bewuste roekeloosheid, dat de schending van de zorgplicht door de werkgever erbij in het niet valt. Bovendien weten we dat de werkgever moet bewijzen dat de werknemer zich direct voorafgaand aan de gevaarlijke gedraging bewust was van de roekeloosheid van die gedraging. Ook dit bewijs is vrijwel nooit te leveren.

Waarom werknemers niet of (te) laat melden

Dát werknemers twijfelen over het aansprakelijk stellen van hun werkgever, is begrijpelijk. Je bijt immers niet in de hand die je voedt. Ook is er angst voor negatieve gevolgen in de werksfeer. Schuldgevoel, loyaliteit en angst zorgen er dus vaak voor dat een claim niet, dan wel (te) laat, bij de werkgever wordt ingediend. Is dit wenselijk of terecht? Naar mijn mening niet.

8 Redenen om je werkgever wél aansprakelijk te stellen 

1) Werkgevers zijn vaak verzekerd

De eerste reden om als werknemer je werkgever na een bedrijfsongeval wél snel aansprakelijk te stellen, is dat werkgevers vaak verzekerd zijn tegen die aansprakelijkheid. Een verzekering houdt in de kern in dat je als tegenprestatie voor het betalen van de verzekeringspremie het verzekerd risico op de verzekeraar overhevelt. Met andere woorden: juist met het oog op dat specifieke risico (zoals aansprakelijkheid voor een bedrijfsongeval) betaal je vooraf premies. Als er een aansprakelijkheidsverzekering is, is het dus -behoudens een mogelijk eigen risico- niet de werkgever die de schadevergoeding betaalt. Door je werkgever aansprakelijk te stellen bijt je dus niet in de hand die je voedt, integendeel. Dat brengt ons op reden 2.

2) Werkgever krijgt bij late melding bedrijfsongeval mogelijk discussies met haar aansprakelijkheidsverzekeraar

Stel dat een werknemer pas na 2,5 jaar de werkgever aansprakelijk stelt, omdat eerst werd gedacht dat de werknemer wel volledig aan het werk zou komen.

In de wet staat dat je zo spoedig mogelijk melding bij de verzekeraar moet doen als je op de hoogte bent of hoort te zijn van een verwezenlijkt risico. In het uiterste geval kan schending van deze plicht leiden tot verval van het recht op een uitkering. Dit moet dan wel door de verzekeraar zijn bedongen en deze sanctie mag alleen voor zover de verzekeraar door de niet-nakoming van de meldplicht in een redelijk belang is geschaad, maar waarom zou je dit risico willen lopen?

Het is vaak pas na een paar jaar duidelijk of letsel blijvend is en in welke orde van grootte de letselschade zal lopen. Daar (in te optimistische zin) op voorsorteren kan een werkgever dus duur komen te staan. Bij blijvende arbeidsongeschiktheid, kan de schade in de tonnen lopen. Een werknemer helpt de werkgever dus niet door pas “als het niet anders kan” na een paar jaar een claim in te dienen.

3) Omvang letselschade kan vies tegenvallen

Soms wordt er voor gekozen om niks met een bedrijfsongeval te doen, vanuit de gedachte dat het sociale zekerheidstelsel een goed vangnet vormt als de werknemer na twee jaar ziek uit dienst moet. Er wordt ten onrechte gedacht dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering vanuit het UWV, de WIA, financiële gevolgen helemaal zal opvangen.

  1.  Ten eerste is een WIA-uitkering een stuk lager dan het loon.
  2. Ten tweede is het zeker niet zo dat iedereen die volledig arbeidsongeschikt uit dienst gaat een WIA- uitkering van het UWV krijgt. Het UWV kijkt namelijk veel breder dan naar het eigen werk. Als de zieke werknemer in theorie met ander, passend werk minimaal 65% van het loon kan verdienen, volgt geen WIA-uitkering. In het ergste geval komt de werknemer na verloop van tijd dus in de bijstand terecht, met alle problemen van dien, zoals de gedwongen verkoop van de eigen woning.

4) Tijdsverloop kan negatief uitpakken voor bewijsmogelijkheden werkgever

Een werknemer hoeft bij artikel 7: 658 BW niet de toedracht van het ongeval te bewijzen. Voor de werkgever is dit wel van belang, om bijvoorbeeld aan te tonen dat zij haar zorgplicht is nagekomen. Staat de toedracht van het ongeval wél vast, dan kan de werkgever volstaan met te bewijzen dat zij haar zorgplicht ten aanzien van díe toedracht is nagekomen. Staat de toedracht van het ongeval namelijk niet vast, dan is de bewijslast van de werkgever veel ruimer. Deze bewijsproblemen kunnen vervolgens weer dekkingsproblemen opleveren met de verzekeraar, vanuit de gedachte dat de verzekeraar door de late melding in haar (verweer)belangen is geschaad.

5) Bestuurder mogelijk persoonlijk aansprakelijk bij niet-tijdige melding verzekeraar

Onder omstandigheden kan de bestuurder van een ondernemer zelfstandig (en dus persoonlijk) aansprakelijk worden gesteld als het ongeval niet tijdig bij de verzekeraar van de werkgever is gemeld. De uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 8 maart 2023[5] ging hierover. De bestuurder werd persoonlijk aansprakelijk wegens onbehoorlijke taakuitoefening geacht, omdat:

  • hij nagelaten had om melding van het bedrijfsongeval bij de aansprakelijkheidsverzekeraar van het bedrijf te doen;
  • terwijl hij daarop door de werknemer meerdere malen was aangesproken en,
  • hij geen goede verklaring gaf waarom hij de melding niet had gedaan;
  • daaraan deed niet af dat de werknemer na het ongeval weer aan het werk was gegaan en de bestuurder er daarom van uit ging dat het letsel restloos was genezen en de kous daarmee af was.

De rechtbank overwoog dat het veronachtzamen van zijn taak als bestuurder om het bedrijf verantwoordelijkheid te laten nemen voor de gevolgen van het bedrijfsongeval en het nalaten van een eenvoudige handeling als het melden van het ongeval gekwalificeerd wordt als onbehoorlijke taakvervulling. Dat de bestuurder niet de moeite heeft willen nemen om de schade te melden en daarin willens en wetens heeft volhard, rekent de rechtbank hem ernstig aan. Dat geldt volgens de rechtbank temeer omdat het nalaten van de bestuurder voor de werknemer mogelijk grote financiële consequenties heeft: als  wel tijdig melding van het ongeval was gedaan, was het in die zaak namelijk aannemelijk dat dekking onder de AVB-polis was verleend.

Het kan dus niet alleen de werkgever, maar ook haar bestuurders persoonlijk duur komen te staan als een bedrijfsongeval niet tijdig wordt gemeld bij de aansprakelijkheidsverzekering.

6) Mogelijke sancties vanuit de Arbeidsinspectie

Financiële sancties kunnen bij een te passief optreden ook verwacht worden vanuit de Arbeidsinspectie. Als werkgever moet je een bedrijfsongeval bij de Arbeidsinspectie melden als het ongeval leidt tot overlijden, ziekenhuisopname of blijvend letsel. Een boete kan tientallen duizenden euro’s bedragen. Ook hierom is het goed dat een werknemer melding van het ongeval bij de werkgever doet, zodat de werkgever haar verplichtingen uit de arbeidsomstandighedenwetgeving kan nakomen.

7) Contacten lopen via verzekeraar na melding: geen verstoring op werkvloer 

De werknemer hoeft de werkgever slechts formeel aansprakelijk te stellen. Dit kan op eenvoudige wijze. Vanaf het moment dat de verzekeraar van de werkgever dekking biedt, verlopen de contacten over het ongeval via de verzekeraar, en dus niet meer via de werkgever. Bovendien kan de werknemer de aansprakelijkheidsverzekeraar van de werkgever rechtstreeks aanspreken. Bij letsel en overlijden heeft de werknemer/diens nabestaande namelijk een eigen recht richting de verzekeraar van de werkgever.

Werkgever en werknemer hoeven het dus niet of nauwelijks met elkaar over de juridische perikelen als de aansprakelijkheid en de schade te hebben, en kunnen zich focussen op de re-integratie. Dit maakt de kans op een verstoorde arbeidsverhouding door de aansprakelijkstelling klein. Vanaf dat de werknemer een belangenbehartiger inschakelt, gaan de contacten bovendien niet meer via de werknemer, maar via diens belangenbehartiger. Zo kan de claim vanwege de letselschade door het bedrijfsongeval buiten de werkvloer worden gehouden. Een professionele werkgever hoort overigens sowieso een scheiding te kunnen aanbrengen tussen de arbeidsverhouding en de aansprakelijkstelling, maar dat terzijde.

8) Denk aan termijnen!

Te lang wachten na een bedrijfsongeval, kan dus tot grote problemen leiden bij het verweer over de aansprakelijkheid, de dekking op de aansprakelijkheidspolis en bij de Arbo-wetgeving.

Wat niet minder wezenlijk is, zijn de wettelijke verjaringstermijnen. Na het verstrijken van een verjaringstermijn, verlies je het betreffende recht. Dat is een heel verstrekkend gevolg. In de kern komen de verjaringstermijnen neer op 3 jaar richting een verzekeraar en 5 jaar richting de werkgever. Als in het voorbeeld van de werknemer die na 2,5 jaar actie onderneemt bedacht moet worden wat er allemaal in 6 maanden moet gebeuren om dekking te krijgen, dan is dat een te groot risico dat gelopen wordt. Denk aan het aansprakelijk stellen, het uitzoeken op welke polis dekking is, het (op de juiste wijze) aanschrijven van de betreffende verzekeraar etc. Voor de werknemer is de verjaringstermijn richting verzekeraars ook van belang, omdat de werknemer een directe actie heeft op de verzekeraar van de werkgever. Denk als werknemer echter ook aan je rechtsbijstandsverzekeraar: te laat is te laat als niet tijdig actie is ondernomen bij een verjaringstermijn.

Wat tot extra problemen kan leiden, is als de werkgever in de tijd tussen het bedrijfsongeval en bijvoorbeeld de aansprakelijkstelling inmiddels van verzekeraar of verzekering is veranderd. Daardoor kan het zijn dat er geen of te weinig dekking meer is. Is bijvoorbeeld bij de overstap naar een nieuwe verzekering aandacht besteed aan “oude” claims, die nog kunnen volgen? Is er een omstandighedendekking gedaan en is uit- of inloop verzekerd? Zie mijn eerdere blog Geen dekking na oversluiten aansprakelijkheidsverzekering? Accepteer dat nooit zomaar!

Allemaal heel belangrijke vragen, die de financiële zekerheid van de werknemer en werkgever behoorlijk kunnen beïnvloeden.

Last but not least stip ik de rechtsverwerking aan. Dat is een andere manier om je rechten kwijt te raken, zonder dat je vordering is verjaard. Onder omstandigheden kan iemand zijn recht door rechtsverwerking verliezen, door niet tijdig te klagen bijvoorbeeld. Daarvoor is in het algemeen meer nodig dan stilzitten[6], maar het beste is om ook dit verstrekkende risico niet te lopen.

Conclusie: werkgever en werknemer, onderneem altijd snel actie bij een bedrijfsongeval!   

Met deze blog hoop ik duidelijk te hebben gemaakt waarom het zowel in het belang van de werknemer als in het belang van de werkgever is om gelijk na een bedrijfsongeval actie te ondernemen. Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog, neem dan contact op.

Rechtbank Rotterdam 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9313

Zie het Pollemans/Hoondert arrest, HR 20 september 1996, NJ 1997,198

Zie voorbeeld: Gerechtshof Leeuwarden 22 november 2006, LJN AZ2853 (‘Borstelmachine’)

Artikel 7: 941 BW

Zie Rechtbank Overijssel, ECLI:NL:RBOVE:2023:887, rechtsoverweging 5.20)

Hof Amsterdam 4 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:302

Stel onze specialist een vraag!

Neem contact op met MR. H. KORKMAZ

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Lees meer goede ideeën