Kinderalimentatie berekenen? Dit zijn de uitgangspunten!

MR. E.H. VAN OLMEN

Advocaat mediator familie-en erfrecht
Actueel Gepubliceerd op 14 september, 2018

Kinderalimentatie berekenen? Dit zijn de uitgangspunten!

In mijn praktijk maak ik vaak kinderalimentatie berekeningen voor cliënten. Dit kan een eerste berekening zijn op het moment dat de ouders uit elkaar gaan, maar ook een herberekening van de kinderalimentatie omdat bijvoorbeeld de inkomenssituatie van één of beide ouders is veranderd. Ik merk dan vaak dat het voor cliënten niet duidelijk is hoe de kinderalimentatie eigenlijk berekend wordt en waar het uiteindelijke bedrag aan kinderalimentatie op gebaseerd is. Dit terwijl het juist het uitgangspunt is geweest van de wetgever om de alimentatieberekeningen zo duidelijk mogelijk te laten zijn en het van belang is dat ouders goed snappen hoe de kinderalimentatie tot stand is gekomen.

Uitgangspunten 
Kinderalimentatie wordt berekend aan de hand van de zogenoemde tremanormen. Deze tremanormen zijn ontwikkeld door rechters omdat in de wet niet precies is bepaald hoe de alimentatie moet worden berekend. De kinderalimentatie bereken je aan de hand van twee belangrijke factoren:

  1. de behoefte;
  2. de draagkracht.

Behoefte 
Met de behoefte wordt het bedrag bedoeld dat de ouders nodig hebben om in het levensonderhoud van de kinderen te kunnen voorzien. Voor de berekening van de berekening van de behoefte is het van belang dat eerst duidelijk wordt of de ouders met de kinderen hebben samengeleefd. Soms komt het namelijk voor dat ouders nooit als gezin hebben samengewoond met hun kind. De behoefte wordt in op een andere wijze berekend wanneer de ouders wel of niet met de kinderen hebben samengeleefd.

Wel in gezinsverband samengeleefd 

Hebben beide ouders wel met de kinderen samengeleefd, is het voor de berekening van de behoefte van belang dat eerst het netto besteedbaar inkomen tijdens de samenleving wordt berekend. Dit netto besteedbaar inkomen bereken je aan de hand van het inkomen van de ouders tijdens de samenleving, waarna vervolgens het netto besteedbaar inkomen van beide ouders bij elkaar wordt opgeteld. Nadat het netto besteedbaar inkomen van de ouders is berekend, wordt voor de berekening van de behoefte van de minderjarigen gekeken naar de behoeftetabel. In deze tabel wordt gekeken naar de leeftijd van de kinderen en het netto besteedbaar gezinsinkomen van de ouders, waarna de behoefte van de kinderen kan worden afgelezen.

Niet in gezinsverband samengeleefd 

Wanneer ouders nooit als gezin hebben samengewoond met hun kind, zal de behoefte op een andere manier berekend moeten worden. Indien de kinderalimentatie voor de eerste keer wordt berekend, kan worden volstaan met een schatting van de kosten die nodig zijn voor het kind. Een andere manier om de behoefte van een kind dat nooit in gezinsverband met beide ouders heeft geleefd te berekenen is door het gemiddelde te nemen van de behoefte berekend op basis van het inkomen van de ene ouder en de behoefte op basis van het inkomen van de andere (de inkomens moeten dus niet bij elkaar worden opgeteld). Deze berekenwijze wordt gebruikt bij een mogelijke herberekening van de kinderalimentatie, maar kan je ook gebruiken bij de eerste vaststelling van de kinderalimentatie in plaats van de kosten te schatten. Vervolgens wordt ook voor deze berekening van de behoefte van de minderjarigen gekeken naar de behoeftetabel.

Meerderjarige kinderen 

Voor meerderjarige kinderen is er geen vaste wijze waarop de behoefte wordt vastgesteld. Dit kan vastgesteld worden door de behoeftetabel te gebruiken, maar vaak worden de WSF-normbedragen voor de berekening van de behoefte van jongmeerderjarigen gebruikt.

Kinderalimentatie berekenen? Dit zijn de uitgangspunten! 

Draagkracht 
Naast de behoefte van de kinderen, is het ook van belang wat de draagkracht is van beide ouders voordat het bedrag aan kinderalimentatie kan worden bepaald. Bij de berekening van de draagkracht wordt altijd gekeken naar de actuele inkomsten van de ouders. Mocht het dus voorkomen dat ouders na een aantal jaar de kinderalimentatie opnieuw willen berekenen, dan wordt de ‘oude’ behoefte van de kinderen als uitgangspunt genomen (deze wordt wel elk jaar geïndexeerd) maar de ‘nieuwe’ draagkracht van de ouders op het moment van de herberekening. Het uitgangspunt voor de draagkracht is dus wat de ouders op dat moment per maand kunnen voldoen om bij te dragen in het levensonderhoud van de kinderen. Aan de hand van de actuele inkomsten van de ouders wordt vervolgens het zogeheten draagkrachtloos inkomen berekend. Voor het draagkrachtloos inkomen wordt gekeken naar wat de ouders nodig hebben voor het betalen van de gebruikelijke lasten. Deze gebruikelijke lasten zijn onder meer een forfaitair bedrag aan woonlasten en de bijstandsnorm voor de kosten van levensonderhoud. Van het bedrag wat er overblijft na aftrek van  het draagkrachtloos inkomen, is 70% beschikbaar voor de kinderalimentatie. Dit is de daadwerkelijke draagkracht van de ouders.

Draagkrachtvergelijking 
De alimentatieplichtige ouder hoeft echter niet het volledige bedrag van de draagkracht te besteden aan kinderalimentatie. Aan de hand van de draagkracht van beide ouders zal nog een berekening plaatsvinden van ieders aandeel in de verzorging en opvoeding van de kinderen. Dit is de zogeheten draagkrachtvergelijking. Voor deze draagkrachtvergelijking wordt een formule gebruikt.

Zorgkorting 
Nadat de draagkrachtvergelijking is toegepast, is het totale bedrag dat de alimentatieplichtige moet voldoen als kinderalimentatie nog afhankelijk van de zorgkorting. De alimentatieplichtige ouder heeft vaak recht op zorgkorting. Zorgkorting is een bepaald percentage van de behoefte. Welk percentage geldt, is afhankelijk van de afgesproken zorg- of omgangsregeling. Zijn de kinderen vaker bij de alimentatieplichtige ouder, dan zal er een hogere zorgkorting gelden. In de tremanormen zijn een aantal vaste zorgkortingspercentages als uitgangspunt genomen:

5% bij gedeelde zorg gedurende minder dan 1 dag per week;

15% bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week;

25% bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week;

35% bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week.

Ouders kunnen echter onderling ook andere afspraken maken over welke zorgkorting moet worden toegepast.

Het uitgangspunt is dat de verzorgende ouder (die de kinderalimentatie ontvangt) alle kosten van de kinderen betaalt, behalve de verblijfskosten die de andere ouder heeft op de dagen dat de kinderen bij hem zijn. De zorgkorting is dan ook bedoeld als een soort compensatie voor de kosten die de alimentatieplichtige heeft op de dagen dat de kinderen bij hem of haar verblijven.

Indexatie
Wanneer het aandeel van beide ouders is berekend en de zorgkorting op het aandeel van de alimentatieplichtige in mindering is gebracht resteert het uiteindelijke bedrag dat de alimentatieplichtige maandelijks moet voldoen als kinderalimentatie. Het is alleen niet zo dat dit bedrag elk jaar hetzelfde blijft. Alimentatie wordt elk jaar geïndexeerd. De minister van Justitie bepaalt dan ook elk jaar een bepaald percentage waarmee de kinderalimentatie omhoog moet gaan. Dit gebeurt alleen niet automatisch. Ouders moeten dit zelf in de gaten houden en toepassen.

Heeft u vragen over de kinderalimentatie, of wilt u de kinderalimentatie laten (her)berekenen? Wij adviseren u graag!

Stel onze specialist een vraag!

Lees meer goede ideeën