Kinderalimentatie na overlijden van een ouder: kan dat?

MR. H.C.D. BOS

Advocaat familie-en erfrecht
Actueel Gepubliceerd op 06 juni, 2017

Kinderalimentatie na overlijden van een ouder: kan dat?

Als in een scheidingssituatie één van de ouders overlijdt bestaat de kans dat het minderjarige kind ‘berooid’ achterblijft. Wat zijn de mogelijkheden om toch een aanspraak te hebben op kinderalimentatie?   

Direct advies

Recent werd ik in mijn praktijk ermee geconfronteerd dat een ex-partner van mijn cliënte plotseling overleed. Een grote schok uiteraard voor de familie en naasten van de overledene, voor mij als advocaat een situatie die ik niet vaak heb meegemaakt.

Uiteraard moet er in zo’n geval gekeken worden welke juridische mogelijkheden er zijn voor het kind. In dat kader stuitte ik op artikel 4:35 Burgerlijk Wetboek. In deze bepaling is een regeling opgenomen op grond waarvan een kind tot het 21e levensjaar aanspraak kan maken op een som ineens voor zover dat nodig is voor:

  • zijn verzorging en opvoeding tot het 18e levensjaar en voor
  • zijn levensonderhoud en studie tot het 21e levensjaar.

LEES OOK - Elk kind in een vechtscheiding een eigen advocaat: wordt dat geen hoog tijd? 

Deze wetsbepaling komt voort uit de gedachte dat een ouder ook de verantwoordelijkheid heeft om na zijn overlijden zijn kind voldoende verzorgd achter te laten. Juist ook in de situatie dat er sprake is van een nieuwe partner die in het huidige erfrecht een sterke positie heeft. Die sterke positie kan ten gevolge hebben dat het kind zijn erfdeel niet kan opeisen en moet wachten totdat de nieuwe partner overlijdt. Gevolg daarvan is dat er geen of te weinig geld is om in de verzorging en opvoeding, danwel het levensonderhoud en de studie te voorzien.

Deze bepaling is vooral van belang in situaties waarin ouders uit elkaar zijn gegaan en er sprake is van een nieuwe partner. Juist dan kan een beroep op art. 4:35 Burgerlijk Wetboek zinvol zijn, omdat in die situaties het kind vaak een niet-opeisbare vordering heeft op de nieuwe partner in het kader van de erfenis.

Dat het instellen van een vordering lonend kan zijn, blijkt uit rechtspraak. In de twee bekendste uitspraken die ik vond, zijn sommen van €19.720,- en € 25.000,- ineens toegekend. In deze zaken was inderdaad beide keren sprake van een scheidingssituatie waarin het minderjarige kind na het overlijden van de ouder ‘berooid’ achterbleef.

Kortom

Na het overlijden van een ouder kan er inderdaad een beroep gedaan worden op een bijdrage in het levensonderhoud. Het bijzondere is echter dat dit beroep zelden wordt gedaan, zo blijkt uit de rechtspraak. Het is mogelijk dat in de praktijk bij de notaris, in overleg met de erfgenaam (of erfgenamen), wel vaker tot een afspraak over de som ineens wordt gekomen.

Echter, gezien het feit dat het vrijwel altijd draait om situaties met een nieuw en oud gezin vraag ik mij af of dit daadwerkelijk zo is. Zeker ook omdat de som ineens zelfs maximaal de helft van de waarde van de nalatenschap kan bedragen en deze uitkering dan ook grote invloed kan hebben op het erfdeel van de erfgenaam (of erfgenamen).

Ik ben dan ook benieuwd naar de ervaringen van notarissen met art. 4:35 Burgerlijk Wetboek: wordt hier vaak een beroep op gedaan?

Stel onze specialist een vraag!

Neem contact op met MR. H.C.D. BOS

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Lees meer goede ideeën