Mr. H.C.D. BOS
Familie- en erfrechtSamenlevers en stiefkinderen: wie erft er wel en welke mogelijkheden zijn er als je niet erft?
Ik sprak laatst een nieuwe cliënte die mij vertelde dat haar partner was overleden. Zij waren al 17 jaar samen en zij hadden al jaren terug een samenlevingscontract gesloten. Haar partner had drie kinderen uit een eerdere relatie.
Direct adviesDe partner overleed vrij onverwacht, een verschrikkelijke situatie voor haar en zijn kinderen. Die situatie werd echter na de begrafenis en het bezoek aan de notaris nog veel erger voor mijn cliënte. Zij bleek namelijk geen erfgenaam te zijn. De drie kinderen uit de eerdere relatie waren op grond van de wet erfgenaam.
Mijn cliënte had gedacht dat nu zij en haar partner al 17 jaar samen waren en een samenlevingscontract hadden, zij ‘gewoon zou erven van haar partner’. Dat bleek een verkeerde veronderstelling met vergaande gevolgen.
Deze veronderstelling van mijn cliënte is heel begrijpelijk. Alleen: het erfrecht kijkt anders naar relaties dan wij in het dagelijks leven doen. Wie voor iemand als partner, kind of familie voelt, is daarmee nog niet automatisch zijn/haar erfgenaam volgens de wet. Dat verschil wordt vooral zichtbaar bij samenwoners en samengestelde gezinnen.
Samenwoners en erfgenamen
Samenwonen maakt je namelijk niet automatisch tot erfgenaam. Dat is anders als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan. In die gevallen heb je op grond van de wet namelijk wel een sterke positie als erfgenaam. Samenwonende partners hebben dat niet, ook niet als er een samenlevingscontract is gesloten. Als je ervoor wilt zorgen dat je partner waarmee je samenwoont na jouw overlijden erft, dan moet je een testament maken. Ook is het mogelijk in je samenlevingscontract afspraken te maken over bijvoorbeeld de bewoning van de woning na overlijden. Maar afspraken over erven kunnen niet worden vastgelegd in het samenlevingscontract.
Dat kan dus, zoals in het geval van mijn cliënte, tot een uitkomst leiden die helemaal niet past bij hoe partners hun leven hebben ingericht. Mijn cliënte vroeg mij dan ook welke opties zij had. De relatie met haar stiefkinderen was niet optimaal en de stiefkinderen hadden aangegeven de erfenis goed te kunnen gebruiken. Er werd zelfs al over gesproken dat zij het huis van hun vader wilden verkopen.
Welke opties zijn er als je als samenwoner geen erfgenaam bent?
De positie van de samenwonende partner die geen erfgenaam is, is zwak. Maar niet helemaal rechteloos. De volgende opties zijn er:
Zes maanden voortgezet gebruik van de woning
De belangrijkste wettelijke bescherming voor de samenwonende partner staat in art. 4:28 lid 2 BW. Op grond van die bepaling heeft de partner die tot het overlijden van de erflater met hem/haar een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding had, het recht om de bewoning van de woning en het gebruik van de inboedel voort te zetten gedurende zes maanden na het overlijden’. Dit recht geldt ongeacht wat er in het testament staat en ongeacht of de partner erfgenaam is.
Belangrijk is dat dit een tijdelijk recht is: de aanspraak geldt gedurende 6 maanden. Een belangrijke voorwaarde is dat er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. In het geval van mijn cliënte was dat zeker het geval en konden wij dat aantonen omdat zij al jaren op hetzelfde adres stond ingeschreven en zij en haar overleden partner aantoonbaar een gezamenlijke huishouding voerden. In de praktijk komt ook vaker voor dat het lastig is die duurzame gemeenschappelijke huishouding aan te tonen. Het is verstandig je daarin te laten adviseren.
Huurrechtelijke bescherming
Als de gezamenlijke woning een huurwoning is, dan heeft de samenwonende partner een tweede vangnet. Op grond van art. 7:268 lid 2 BW zet de persoon die in de woning zijn hoofdverblijf heeft en met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad, de huur voort gedurende zes maanden na het overlijden. En de partner kan binnen die periode van 6 maanden ook vorderen dat de huur daarna wordt voortgezet. In de praktijk mislukken deze vorderingen vaak. Zo is er een uitspraak van de rechtbank Rotterdam uit 2022 die een vordering van een zoon, die al 20 jaar bij zijn moeder had ingewoond, afgewezen. Volgens de rechter was niet voldoende aangetoond dat er sprake was van een gemeenschappelijke duurzame huishouding. Er was, zo stelde de rechter, geen sprake van ‘financiële verwevenheid en wederkerigheid’.
Stiefkinderen en erfgenaam
Ook in het geval van stiefkinderen kan de juridische werkelijkheid afwijken van de gezinssituatie. In een samengesteld gezin kan een stiefkind jarenlang onderdeel zijn van het gezin en gevoelsmatig geen andere positie innemen dan een eigen kind. Toch erft een stiefkind volgens het wettelijk erfrecht niet automatisch: dat gebeurt alleen als het stiefkind in het testament is aangewezen als erfgenaam. Het stiefkind heeft dus ook geen recht op een legitieme portie.
Welke opties heeft een stiefkind dan wel?
Salaire différé: vergoeding voor onbetaald werk
Een stiefkind heeft recht op een som ineens als billijke vergoeding, wanneer het stiefkind tijdens zijn/haar meerderjarigheid onbetaald heeft gewerkt in de huishouding of het bedrijf van de stiefouder. Dit recht wordt salaire différé genoemd. In de praktijk is dit recht veel breder dan de meeste mensen denken: het gaat namelijk niet alleen om meewerken in het familiebedrijf. Uit rechtspraak blijkt dat het ook kan gaan om verzorging van een stiefouder. Het hof Den Haag heeft dat als volgt uitgelegd: de nalatenschap zou kleiner zijn geweest als de erflater betaalde derden had moeten inhuren, en het kind is door de arbeid beperkt in zijn/haar mogelijkheden om ergens anders betaald werk te verrichten.
Bij de vaststelling van de billijke vergoeding heeft de rechter een ruime mate van vrijheid. Hierover lees je meer in de blog ‘De som ineens: en billijke vergoeding voor onbetaalde arbeid’.
Overigens gelden er wel strenge termijnen. De aanspraak vervalt als het stiefkind niet uiterlijk negen maanden na het overlijden verklaart de som ineens te willen ontvangen
Voortzetting van het bedrijf
Een tweede recht dat de wet specifiek aan stiefkinderen toekent, staat in art. 4:38 BW. Wanneer de stiefouder een beroep of bedrijf uitoefende en het stiefkind dat bedrijf voortzet, kan de kantonrechter op verzoek van het stiefkind de erfgenamen verplichten om bedrijfsgoederen tegen een redelijke prijs over te dragen. Dit geldt ook voor aandelen in een BV waarvan de stiefouder bestuurder was en de meerderheid van de aandelen hield. Dit recht vervalt na een jaar na overlijden van de stiefouder.
Voortgezet gebruik van de woning
Tot slot geldt ook voor stiefkinderen (net als voor elke huisgenoot) het recht op voortgezet gebruik van de woning en inboedel gedurende zes maanden na het overlijden. Maar ook dan geldt als voorwaarde dat er sprake was van een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding’ met de erflater. En dat is, zoals ik hiervoor al aangaf, niet altijd makkelijk om aan te tonen. En daar komt bij dat dit voortgezet gebruik tijdelijke bescherming biedt, maar geen structurele oplossing.
Kortom: voor samenwoners en stiefkinderen die niet in een testament zijn opgenomen, geldt dat zij in een zwakke positie verkeren. Zij zijn echter niet gehele rechteloos. Bevind jij je in deze situatie en je hebt advies nodig, neem dan gerust contact op.
Categorieën
Deel dit artikel
Direct advies
Neem contact op met Mr. H.C.D. BOS
Lees meer goede ideeën
Blog
SLA en uptime: beloof wat je kunt waarmaken
Een Service Level Agreement (SLA) wordt vaak pas opgesteld als de commerciële afspraken al rond zijn. Veel leveranciers zien de SLA als een…
Lees verder
Blog
Auteursrecht op software: wie heeft de rechten en wat moet je regelen?
Veel softwarebedrijven besteden meer aandacht aan de ontwikkeling van hun product dan aan de juridische bescherming ervan. Dat is…
Lees verder
Blog
De privacyverklaring: meer dan een standaardtekst op uw website
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is inmiddels ruim acht jaar van kracht. Toch zien wij in de praktijk dat veel…
Lees verder
Blog
Scope en specificatie bij ICT-projecten: voorkom dat het misgaat
Een softwareproject begint vaak met enthousiasme. De leverancier ziet een mooie opdracht, de opdrachtgever kijkt uit naar een oplossing die…
Lees verder