De laatste dag van de maand bij beëindigingsonderhandelingen

MR. P.M.J. NIJBOER

Advocaat arbeidsrecht
Actueel Gepubliceerd op 13 oktober, 2020

De laatste dag van de maand bij beëindigingsonderhandelingen

Werkgevers proberen steeds vaker zonder tussenkomst van de rechter afscheid te nemen van een werknemer. Dit kan u als werkgever doen door een beëindiging met wederzijds goedvinden te realiseren. Dat geeft ten eerste vaak sneller meer zekerheid dan de route via de rechter. Ten tweede is het dikwijls voor beide partijen goedkoper. Ook kunt u de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst eindigt beter op de situatie afstemmen. U kunt die immers zelf met uw werknemer overeenkomen. Na onderhandelingen tussen u en uw werknemer ondertekent u bij akkoord van beide partijen uiteindelijk een beëindigingsovereenkomst (een vaststellingsovereenkomst). Hierin legt u de voorwaarden vast waaronder de arbeidsovereenkomst van uw werknemer met wederzijds goedvinden eindigt.

Bij onderhandelingen over een beëindigingsovereenkomst adviseer ik soms op de achtergrond. Soms neem ik de onderhandeling over. Vaak ga ik dan in gesprek met de advocaat van de werknemer. Advocaten (waaronder ik) zijn erop gebrand dat partijen overeenstemming bereiken vóór het einde van de maand. Ik krijg soms de vraag waarom die laatste dag van de maand zo belangrijk is. Dat heeft te maken met de zogeheten ‘fictieve opzegtermijn’ en daarmee het recht van de werknemer op een WW-uitkering.

Fictieve opzegtermijn 
Zoals gezegd kunt u bij een beëindigingsovereenkomst met uw werknemer onderhandelen over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst eindigt. U hoeft daarbij niet met het ontslagrecht rekening te houden. Toch is er een belangrijk aspect uit het ontslagrecht waaraan u tijdens de onderhandelingen wel moet denken: de doorwerking van de wettelijke opzegtermijn (de fictieve opzegtermijn geheten).

De wet bepaalt dat opzegging van een arbeidsovereenkomst geschiedt tegen het einde van de maand. Dat houdt in dat de laatste dag van de maand geldt als de dag dat de opzegtermijn ingaat. Als u of uw werknemer de arbeidsovereenkomst opzegt op bijvoorbeeld 9 oktober, dan geldt dat als een opzegging van de arbeidsovereenkomst op 31 oktober, het einde van de maand. Vanaf dat moment gaat de geldende opzegtermijn lopen. Een maand later (of meer maanden later; dat ligt aan de lengte van het dienstverband en afspraken in de arbeidsovereenkomst of cao) is dan de daadwerkelijke einddatum van het dienstverband.

Dit betekent dat wanneer een opzegging geschiedt een dag ná de laatste dag van de maand, dus bijvoorbeeld op 1 november, de opzegging pas geldt voor het einde van die maand! In dit voorbeeld zou de opzegtermijn dus pas een maand later, op 30 november, gaan lopen. De einddatum van het dienstverband is daarmee ook een hele maand later.

WW-uitkering  
Een beëindiging met wederzijds goedvinden is geen ‘’opzegging’’ in de zin van de wet. Strikt gezien hoeft u zich in de onderhandelingen dus niet per se aan deze bepaling uit het ontslagrecht te houden.

Toch vinden advocaten het belangrijk dat deze bepaling tijdens de onderhandelingen wordt nageleefd. Dit heeft te maken met het recht van de werknemer op een WW-uitkering. Een werknemer met een beëindigingsovereenkomst heeft doorgaans recht op een WW-uitkering. De WW-uitkering gaat in op de datum dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen als de wettelijke opzegtermijn in acht zou zijn genomen. Als u met uw werknemer een eerdere einddatum bent overeengekomen (dus zonder rekening te houden met (tenminste) de wettelijke opzegtermijn), dan zit uw werknemer met een tijdelijk gat in zijn inkomsten. Zijn arbeidsovereenkomst is dan namelijk afgelopen, maar zijn WW-uitkering gaat nog niet in. Een voorbeeld: u bent een beëindigingsovereenkomst overeengekomen op 9 oktober. U en uw werknemer hebben daarin afgesproken dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 31 oktober. De werknemer heeft dan pas recht op een WW-uitkering vanaf 1 december.

De kans dat een werknemer akkoord gaat met een eerdere beëindigingsdatum dan bij inachtneming van de fictieve opzegtermijn is hierom dus zeer klein. En het akkoord van uw werknemer is natuurlijk wel nodig om een beëindiging met wederzijds goedvinden te realiseren.

De laatste dag van de maand  
De laatste dag van de maand is dus het uiterlijke moment waarop partijen tot overeenstemming dienen te komen over de voorwaarden van beëindiging. Wanneer overeenstemming niet op die dag komt en de onderhandelingen de volgende dag (en dus maand) doorgaan, zal elke werknemer erop staan dat de fictieve opzegtermijn in acht wordt genomen. Wat tot gevolg heeft dat de werknemer een maand langer in dienst moet blijven. En dat willen werkgevers nu juist vaak niet!

Bent u in onderhandeling over een beëindiging met wederzijds goedvinden en nadert de laatste dag van de maand? Dan kunt u ervoor kiezen een laatste voorstel te doen om de druk op te voeren. Aan dit laatste voorstel kunt u bijvoorbeeld toevoegen dat het voorstel diezelfde dag voor 17:00 uur moet zijn geaccepteerd. Zo kunt u de fictieve opzegtermijn veiligstellen en de werknemer niet de kans geven tijd te rekken om een maand langer in dienst te blijven.

Stel onze specialist een vraag!

Lees meer goede ideeën