Let op! Het finaal verrekenbeding bij overlijden kan van invloed zijn op de legitieme portie van onterfde kinderen

MR. E.H. VAN OLMEN

Advocaat mediator familie-en erfrecht
Actueel Gepubliceerd op 18 november, 2021

Let op! Het finaal verrekenbeding bij overlijden kan van invloed zijn op de legitieme portie van onterfde kinderen

Steeds meer mensen willen bij het aangaan van hun huwelijk voorkomen dat alles wat ze hebben gezamenlijk wordt. 

Direct advies

Dit wordt al deels voorkomen door de ‘nieuwe’ wetgeving voor de beperkte gemeenschap van goederen die per 1 januari 2018 is ingegaan.
In deze nieuwe wetgeving is bepaald dat alles dat je voorafgaand aan het huwelijk had, van jou blijft. Dat wat je verkrijgt vanaf de huwelijksdatum is echter wel gezamenlijk, met uitzondering van schenkingen en erfenissen. Daarmee is de gemeenschap van goederen beperkt.

Je kunt dit echter nog verder beperken door voorafgaand aan het huwelijk, huwelijkse voorwaarden aan te gaan. De meest vergaande vorm van het beperken van de gemeenschap van goederen, is de zogenoemde ‘koude uitsluiting’. Dit houdt in dat geen enkele huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap bestaat. Wat van jou is, blijft van jou, zowel tijdens het huwelijk als bij een echtscheiding en dat geldt ook voor je partner. Mensen nemen dit vaak op wanneer zij heel bewust ervoor kiezen om de vermogens gescheiden te houden bij een echtscheiding.
In het geval één van de partners komt te overlijden tijdens het huwelijk, willen mensen vaak dat er dan juist wel gedeeld wordt in elkaars vermogen. Dit kan door het opnemen van een zogenoemd finaal verrekenbeding bij overlijden in de huwelijkse voorwaarden. In dat geval moet bij het overlijden van één van beide partners worden afgerekend alsof er sprake was van een gemeenschap van goederen. Daarmee krijgt de langstlevende echtgenoot alsnog de helft van het vermogen van de echtgenoot die overlijdt.

Voorbeeld:
Tineke en Klaas gaan trouwen. Het is voor allebei het tweede huwelijk en zij hebben een nare echtscheiding achter de rug met hun ex-partners. Zij willen dan ook dat hun vermogens gescheiden blijven en dat, mochten zij toch gaan scheiden, er geen discussie ontstaat over wat van Tineke is en wat van Klaas is. Tineke en Klaas gaan daarom naar de notaris om huwelijkse voorwaarden op te stellen waarin zij elke huwelijksgemeenschap uitsluiten (de ‘koude uitsluiting’). Wel kiezen zij ervoor om een finaal verrekenbeding bij overlijden toe te voegen aan de huwelijkse voorwaarden. 

Gaan Tineke en Klaas scheiden, dan kan Tineke in principe geen aanspraak maken op het vermogen van Klaas en Klaas niet op het vermogen van Tineke. 
Wanneer Tineke echter komt te overlijden tijdens het huwelijk, gaat het finaal verrekenbeding bij overlijden een rol spelen. In dat geval moeten de vermogens van Klaas en Tineke bij elkaar worden opgeteld, waarvan ieder de helft toekomt. 

Stel: het vermogen van Tineke was ten tijde van haar overlijden € 100.000,-. 
Het vermogen van Klaas was € 50.000,- 

Op basis van het finaal verrekenbeding bij overlijden zou dan ieder de helft van het vermogen toekomen, oftewel € 75.000,-. Nu Klaas ‘slechts’ € 50.000,- tot zijn beschikking heeft, heeft hij een vordering op (de nalatenschap van) Tineke van € 25.000,-. Het restant van de € 75.000,- (dus € 50.000,-) valt in de nalatenschap van Tineke. 

Maar wat nou als Tineke al drie kinderen heeft uit haar eerdere huwelijk, en zij wil dat Klaas haar erfgenaam is en niet haar kinderen. In dat geval kan Tineke een testament opstellen waarin zij Klaas benoemd als enig erfgenaam en haar kinderen onterven.

LEES OOK - Is het mogelijk om je eigen kinderen 100% te onterven? 

De kinderen van Tineke zijn dan geen erfgenaam meer. Wel kunnen de kinderen een beroep doen op hun legitieme portie.

LEES OOK - Het onterfde kind en de legitieme portie: wat als je vlak voor het overlijden van je ouder een gift hebt gekregen? 

De legitieme portie wordt ook wel het kindsdeel genoemd in de volksmond. Het bestaat uit een vordering in geld en bedraagt de helft van het normale erfdeel. Tineke wil echter ook dat zoveel mogelijk van haar vermogen overgaat naar Klaas en wil daarbij de vordering van haar kinderen zo klein mogelijk maken. Daarom hebben Tineke en Klaas in hun huwelijkse voorwaarden ook een finaal verrekenbeding bij overlijden opgenomen.

In het voorbeeld van Klaas en Tineke zou het erfdeel van haar drie kinderen 1/4e bedragen wanneer zij niet zouden zijn onterfd. Het breukdeel van de legitieme portie is dan ook 1/8e per kind.

Wanneer de onterfde kinderen een beroep doen op hun legitieme portie, moet deze worden berekend. De legitieme portie wordt berekend aan de hand van de zogenoemde legitimaire massa. De legitimaire massa kan meer bedragen dan de waarde van de totale erfenis voor een erfgenaam, omdat ook bepaalde schulden in mindering worden gebracht op de legitimaire massa en giften hierbij juist worden opgeteld. Kosten voor de begrafenis zijn bijvoorbeeld kosten die in mindering worden gebracht op de legitimaire massa.
Stel dat Tineke geen giften had gedaan tijdens haar leven die meegeteld moeten worden en er geen sprake was van schulden die in mindering moeten worden gebracht op de legitimaire massa. In  dat geval was de legitimaire massa voor de nalatenschap van Tineke € 100.000,- en gelijk aan de waarde van de totale erfenis. De kinderen hadden een breukdeel van 1/8e. Zij kunnen dan dus aanspraak maken op een bedrag van € 12.500,-.

Het finaal verrekenbeding bij overlijden in de huwelijkse voorwaarden kan echter gevolgen hebben voor hoe de legitimaire massa moet worden berekend. Of dit inderdaad zo is, kwam onlangs naar voren in een procedure. De discussie ging er onder meer over hoe de legitieme portie van de kinderen moest worden berekend en of het finaal verrekenbeding bij overlijden zorgde voor een schuld van de nalatenschap die in mindering moest worden gebracht op de legitimaire massa of niet.

De discussie zag op het vraagstuk of een finaal verrekenbeding bij overlijden een quasi-legaat is of niet. Een quasi-legaat is een soort ‘alsof’legaat. Het is niet echt een legaat, maar we stellen het er wel mee gelijk. Een legaat wordt opgenomen in het testament waarmee de overledene iets specifieks nalaat aan iemand. Dit kan van alles zijn, zoals een bepaald sieraad of schilderij, maar ook een bedrag in geld of een huis.

Deze vraag is relevant omdat wanneer het geen quasi-legaat was, de legitieme portie waar de onterfde kinderen aanspraak op kunnen maken lager zou zijn dan wanneer het wel gezien werd als een quasi-legaat. Wanneer het geen quasi-legaat zou zijn, mocht de schuld op grond van het finaal verrekenbeding bij overlijden namelijk in mindering worden gebracht op de legitimaire massa.

In de zaak van Klaas en Tineke zou dit het volgende betekenen:

Standpunt Klaas: 
Legitimaire massa =
De waarde van de goederen van de nalatenschap: € 100.000,-
-/-  de schuld van het finaal verrekenbeding: € 25.000,-
-/- overige in aanmerking te nemen schulden: € 1.000,-
Totaal:  € 74.000,-
Standpunt onterfde kinderen:
Legitimaire massa =
De waarde van de goederen van de nalatenschap € 100.000,-
-/- overige in aanmerking te nemen schulden € 1.000,-
Totaal: € 99.000,-

Welk standpunt zou worden gevolgd door de rechtbank, had behoorlijke financiële consequenties voor partijen. Wanneer het standpunt van Klaas zou worden gevolgd, bedroeg de legitieme portie immers € 9.250,- per kind en wanneer het standpunt van de kinderen zou worden gevolgd € 12.375,-.

In de procedure is door partijen verwezen naar de diverse in de literatuur ingenomen standpunten en het standpunt van de beroepsorganisatie van het notariaat (de KNB). De rechter heeft uiteindelijk een knoop doorgehakt en heeft bepaald dat volgens hem het finaal verrekenbeding bij overlijden valt aan te merken als quasi-legaat en dus niet in mindering moet worden gebracht op de legitimaire massa.

In het voorbeeld van Klaas en Tineke, zou de legitimaire massa dan ook niet € 74.000,-, maar € 99.000,- bedragen. Hierdoor maken haar onterfde kinderen ieder aanspraak op een bedrag van € 12.375,- als legitieme portie (1/8 van € 99.000,-).

Deze uitspraak van de rechtbank heeft mogelijk vergaande gevolgen voor de huidige praktijk. Op dit moment zijn er veel huwelijkse voorwaarden waarin nog een dergelijk finaal verrekenbeding bij overlijden is opgenomen. Wees u er dan ook van bewust dat deze uitspraak mogelijk financiële gevolgen heeft wanneer aanspraak wordt gemaakt door kinderen op de legitieme portie na uw overlijden. Op dit moment zijn er nog geen andere uitspraken bekend betreffende dit onderwerp. Ook is een hoger beroep eventueel nog mogelijk. Doordat er nog geen andere uitspraken bekend zijn, is het niet met zekerheid te zeggen of andere rechtbanken ook hetzelfde zullen oordelen.

Stel onze specialist een vraag!

Neem contact op met MR. E.H. VAN OLMEN

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Lees meer goede ideeën