Wanneer bezwaar tegen een WGA-uitkering voor werkgevers kansrijk is

MR. P.M.J. NIJBOER

Advocaat arbeidsrecht
Actueel Gepubliceerd op 04 november, 2016

Wanneer bezwaar tegen een WGA-uitkering voor werkgevers kansrijk is

Krijgt uw werknemer een WGA-uitkering? Leun dan niet achterover. Een onterecht besluit van het UWV kan u vele duizenden euro’s kosten. Vaak is het dan zinvol bezwaar te maken. Hoeveel winst er te behalen valt hangt onder andere af van de grootte van de onderneming. Wanneer is bezwaar kansrijk?

Stel, één van uw vaste werknemers wordt ziek en blijkt, ondanks alle verrichtte re-integratie inspanningen, niet meer in staat te werken. Na 104 weken stopt uw doorbetalingsverplichting en kunt u ontslag voor de langdurig arbeidsongeschikte werknemer aanvragen. De werknemer heeft inmiddels een WIA-uitkering aangevraagd. U denkt op dat moment wellicht dat u het spreekwoordelijke boek kunt sluiten.

Niets is echter minder waar.
De (ex) werkgever betaalt namelijk in veel gevallen, direct of indirect, voor de aan de werknemer toegekende WGA-uitkering.

De WGA-uitkering kost u geld, de IVA-uitkering niet 
Aan uw werknemer kan een WGA-uitkering (WGA staat voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten) of een IVA-uitkering (IVA staat voor Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) worden toegekend. Werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en werknemers die volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn, krijgen een WGA-uitkering.
Werknemers die volledig én duurzaam arbeidsongeschikt zijn, krijgen een IVA-uitkering. De WGA-uitkering bedraagt 70% van het dagloon en de IVA-uitkering bedraagt 75% van het dagloon. Voor de werkgever is er echter een belangrijk verschil tussen de WGA-uitkering en de IVA-uitkering: de WGA-uitkering weegt namelijk mee voor de berekening van de gedifferentieerde WGA-premie twee jaar na toekenning van de WGA-uitkering. Als de werkgever eigenrisicodrager is, moet de WGA-uitkering door de werkgever worden betaald. Veel eigenrisicodragers zullen dit risico hebben (her)verzekerd maar ook dan zal de toenemende schadelast gevolgen hebben voor de door de werkgever te betalen premie.

Voor een (middelgrote) werkgever met een gemiddelde loonsom van € 325.000,= gaat al snel om enkele duizenden euro’s per jaar. Bij grote werkgevers kan dit zelfs om tienduizenden euro’s per jaar gaan.

De IVA-uitkering daarentegen heeft geen nadelige consequenties voor de werkgever. Voor een werkgever is het dan ook gunstiger als aan de werknemer (direct) een IVA-uitkering wordt toegekend.

Om in aanmerking te komen voor een IVA uitkering moet de werknemer niet meer dan 20% van zijn/haar laatstverdiende loon kunnen verdienen, én geen of maar een zeer kleine kans hebben dat dit verbetert binnen een termijn van 5 jaar.

In de praktijk blijkt het vaak voor te komen dat ten onrechte een WGA-uitkering aan de werknemer wordt toegekend in plaats van een IVA-uitkering of dat bij een herkeuring alsnog een IVA-uitkering wordt toegekend. In dat laatste geval heeft de werkgever al een deel van de kosten van de WGA-uitkering betaald en dit wordt niet gecorrigeerd. Het is daarom aan te raden om kritisch te (laten) beoordelen of het UWV terecht een WGA-uitkering aan de werknemer heeft toegekend of niet. Dit geldt vooral in gevallen waarbij de werknemer volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt wordt geacht.

Ook voor werknemers met een lager arbeidsongeschiktheidspercentage kan het rendabel zijn om bezwaar te maken tegen de toegekende WGA-uitkering. De werknemer heeft namelijk pas recht op een WGA-uitkering als hij/zij 35% of meer arbeidsongeschikt is. Het komt voor dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van de werknemer te hoog wordt vastgesteld en er dus ten onrechte een WGA-uitkering wordt toegekend aan de werknemer. Bijvoorbeeld als de verzekeringsarts niet zorgvuldig de beperkingen van de werknemer heeft beoordeeld.

Wanneer bezwaar tegen een WGA-uitkering voor werkgevers kansrijk isDeel op LinkedIn

Kleine, middelgrote of grote werkgever  
Voor welke werkgevers heeft het zin om bezwaar te maken tegen de toegekende WGA-uitkering? Zoals gezegd geldt voor veel werkgevers dat de werkgever, direct of indirect, de schadelast draagt van de aan haar (ex) werknemers toegekende WGA-uitkeringen. De eigenrisicodrager betaalt deze uitkering zelf of (her)verzekert dit risico. Voor werkgevers die geen eigenrisicodrager zijn, betaalt het UWV weliswaar de WGA-uitkeringen, maar wordt de schadelast alsnog doorberekend aan de werkgever via de gedifferentieerde premie. Hoe meer (ex) werknemers van de werkgever recht krijgen op een WGA-uitkering, des te hoger de gedifferentieerde premie. Dit geldt echter niet voor alle werkgevers.

Grote werkgever 
Voor grote werkgevers zijn de financiële gevolgen het grootst. U bent een grote werkgever als u een totale loonsom heeft van honderd maal de gemiddelde loonsom. De gemiddelde loonsom in 2016 is vastgesteld op € 31.900,=. Grote werkgevers betalen een individueel gedifferentieerde premie, gebaseerd op de schadelast van de onderneming voor de WGA voor vaste dienstverbanden van twee jaar daarvoor.

Middelgrote werkgever 
U bent een middelgrote werkgever als u een loonsom heeft van elf tot honderdmaal de gemiddelde loonsom. Voor middelgrote werkgevers geldt dat de gedifferentieerde premie wordt bepaald door enerzijds de schadelast van de onderneming en anderzijds de schadelast van de sector van twee jaar geleden. De verhouding tussen de schadelast van de onderneming en de sectorale schadelast is afhankelijk van de hoogte van de loonsom. Voor middelgrote werkgevers wordt een gewogen gemiddelde bepaald van de sectorale premie en de individuele premie.

Kleine werkgever 
Voor kleine werkgevers geldt een ander regime. U bent een kleine werkgever als u een loonsom heeft tot en met tienmaal de gemiddelde loonsom. Kleine werkgevers betalen een sectorale premie die jaarlijks wordt vastgesteld. Voor kleine werkgevers heeft de instroom in de WGA derhalve niet direct gevolgen voor de premie omdat de premie alleen wordt gebaseerd op de schadelast in de sector van twee jaar geleden. Als u verwacht binnen twee kalenderjaren een middelgrote werkgever te worden, kan er alsnog een belang bestaan om de schadelast voor de WGA te beperken waardoor het instellen van bezwaar toch zinvol kan blijken.

Blijf alert bij een WGA-uitkering 
In voormelde situatie zijn er twee besluiten die u als werkgever goed in de gaten moet houden, te weten de toekenningsbeslissing van het UWV en de verhaalsbeslissing van de belastingdienst. Het UWV neemt eerst de beslissing over de toekenning van de WGA-uitkering. Als u meent dat dit besluit onjuist is, kunt u bezwaar maken tegen deze beslissing.
Vervolgens neemt de belastingdienst een beslissing over de hoogte van de (gedifferentieerde) premie. Bij deze beslissing ontvangt u een overzicht van de WGA-lasten die in aanmerking zijn genomen bij de beslissing. Als u geen bezwaar heeft ingesteld tegen de toekenningsbeslissing van het UWV, dan kunt u niet alsnog bezwaar maken tegen de toekenning van de WGA-uitkering. Het is dan alleen nog zinvol om bezwaar te maken tegen de verhaalsbeslissing van de belastingdienst als bijvoorbeeld de gegevens op het overzicht ten aanzien van de WGA-lasten onjuist zijn.

Conclusie 
Kortom, wordt aan uw werknemer een WGA-uitkering toegekend, leun dan niet direct achterover. Houd de toekenningsbeslissing van het UWV en de verhaalsbeslissing van de belastingdienst goed in de gaten. Controleer deze op juistheid en laat bij twijfel beoordelen of het zinvol is om bezwaar in te stellen. Bezwaar instellen kan u meer opleveren dan u denkt!

Stel onze specialist een vraag!

Neem contact op met MR. P.M.J. NIJBOER

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Lees meer goede ideeën